Leeravontuur ✦
← Casse-cou 6
Cover van Casse-cou 6 - Module 1

VANDAAG

Wat ken je al?

Je resultaten bepalen automatisch wat vaker terugkomt.

0beheerst
45oefenen
0moeilijk
Slim verder oefenen

LEREN & OEFENEN

Wat wil je doen?

Kies wat je nu wilt leren of oefenen.

GRAMMAIRE

Werkwoorden & vervoegingen

10 werkwoorden om te bekijken

allergaan
NONE
FransNederlands
allergaan
je vaisik ga
tu vasjij gaat
il vahij gaat
elle vazij gaat
on vamen gaat
nous allonswij gaan
vous allezjullie gaan / u gaat
ils vontzij gaan
elles vontzij gaan
avoirhebben
NONE
FransNederlands
avoirhebben
je aiik heb
tu asjij hebt
il ahij heeft
elle azij heeft
on amen heeft
nous avonswij hebben
vous avezjullie hebben / u heeft
ils ontzij hebben
elles ontzij hebben
connaitrekennen
NONE
FransNederlands
connaitrekennen
je connaisik ken
tu connaisjij kent
il connaithij kent
elle connaitzij kent
on connaitmen kent
nous connaissonswij kennen
vous connaissezjullie kennen / u kent
ils connaissentzij kennen
elles connaissentzij kennen
direzeggen
NONE
FransNederlands
direzeggen
je disik zeg
tu disjij zegt
il dithij zegt
elle ditzij zegt
on ditmen zegt
nous disonswij zeggen
vous ditesjullie zeggen / u zegt
ils disentzij zeggen
elles disentzij zeggen
déménagerverhuizen
NONE
FransNederlands
déménagerverhuizen
je déménageik verhuis
tu déménagesjij verhuist
il déménagehij verhuist
elle déménagezij verhuist
on déménagemen verhuist
nous déménageonswij verhuizen
vous déménagezjullie verhuizen / u verhuist
ils déménagentzij verhuizen
elles déménagentzij verhuizen
fairedoen / maken
NONE
FransNederlands
fairedoen / maken
je faisik doe / maak
tu faisjij doet / maakt
il faithij doet / maakt
elle faitzij doet / maakt
on faitmen doet / maakt
nous faisonswij doen / maken
vous faitesjullie doen / maken / u doet / maakt
ils fontzij doen / maken
elles fontzij doen / maken
rencontrerontmoeten
NONE
FransNederlands
rencontrerontmoeten
je rencontreik ontmoet
tu rencontresjij ontmoet
il rencontrehij ontmoet
elle rencontrezij ontmoet
on rencontremen ontmoet
nous rencontronswij ontmoeten
vous rencontrezjullie ontmoeten / u ontmoet
ils rencontrentzij ontmoeten
elles rencontrentzij ontmoeten
se souvenir dezich herinneren
NONE
FransNederlands
se souvenir dezich herinneren
je me souviens deik herinner me
tu te souviens dejij herinnert je
il se souvient dehij herinnert zich
elle se souvient dezij herinnert zich
on se souvient demen herinnert zich
nous nous souvenons dewij herinneren ons
vous vous souvenez dejullie herinneren je / u herinnert zich
ils se souviennent dezij herinneren zich
elles se souviennent dezij herinneren zich
s’appelerheten
NONE
FransNederlands
s’appelerheten
je m’appelleik heet
tu t’appellesjij heet
il s’appellehij heet
elle s’appellezij heet
on s’appellemen heet
nous nous appelonswij heten
vous vous appelezjullie heten / u heet
ils s’appellentzij heten
elles s’appellentzij heten
êtrezijn
NONE
FransNederlands
êtrezijn
je suisik ben
tu esjij bent
il esthij is
elle estzij is
on estmen is
nous sommeswij zijn
vous êtesjullie zijn / u bent
ils sontzij zijn
elles sontzij zijn

VOORTGANG

Je oefensessies

Nog geen oefensessies

Bekijk

Je hebt hier nog niet geoefend. Begin wanneer je klaar bent!